Vrouwelijke personal trainers
Achter de titel

Wie staat er straks voor je deur

Personal trainer is geen beschermd beroep. Iedereen mag zich zo noemen. Dat betekent niet dat het vak niets voorstelt, wel dat je zelf moet kijken wat er achter de titel zit. Dit is wat er zoal achter zit.

Trainster heeft een TRX opgehangen langs een pad

Materiaal opbouwen hoort bij het werk

De opleiding onder de titel

Grofweg drie routes leiden naar het vak. Ze leveren verschillende trainsters op.

Via een sportopleiding

CIOS of ALO, vier jaar, met veel praktijk en anatomie. Deze trainsters kunnen goed kijken naar hoe je beweegt en hebben meestal ervaring met groepen. Sterk in techniek en opbouw, soms wat minder in de gesprekken eromheen.

Via de zorg

Fysiotherapie of oefentherapie, met daarna een aanvullende trainerscursus. Deze trainsters zijn gewend aan klachten en durven af te remmen. Ze werken vaker met mensen die van een blessure of operatie terugkomen.

Via een verkorte cursus

Een traject van enkele maanden, vaak naast een andere baan. De spreiding in kwaliteit is hier het grootst. Sommige trainsters zijn na twee jaar praktijk uitstekend; anderen kennen alleen wat ze zelf doen. Vraag daarom niet alleen naar het diploma, maar ook naar de jaren erna.

Zes vragen die meer opleveren dan het cv

Stel ze tijdens de kennismaking. De antwoorden zeggen meer dan een lijst afkortingen.

  1. Met wie werk je het liefst?

    Wie hier meteen een groep noemt, heeft een richting gekozen. Wie zegt "met iedereen", is vaak nog aan het zoeken of wil geen klant afwijzen.

  2. Wat doe je als ik ergens pijn krijg?

    Het goede antwoord bevat het woord doorverwijzen. Een trainster die alles zelf denkt op te lossen is een risico.

  3. Hoe ziet de derde maand eruit?

    De eerste maand is bij iedereen leuk. Wie de derde kan beschrijven, denkt in opbouw en niet in losse sessies.

  4. Wat doe je als ik afzeg?

    Praktisch, maar het legt de afspraken bloot. Regels zijn prima; onduidelijkheid is dat niet.

  5. Train je zelf ook met een coach?

    Wie zelf begeleiding zoekt, blijft meestal leren. Geen harde eis, wel een goed teken.

  6. Wat vind je moeilijk aan je vak?

    Een eerlijk antwoord op deze vraag zegt het meest. Wie hier niets kan bedenken, heeft er waarschijnlijk niet over nagedacht.

Waar je niet te veel op moet letten

Een strak lichaam zegt weinig over het lesgeven. De beste trainsters zijn niet automatisch degenen die er het sportiefst uitzien; het zijn degenen die kunnen uitleggen, aanpassen en volhouden als jij het even niet meer ziet zitten.

Ook het aantal volgers op sociale media zegt niets over hoe iemand naast je staat op een dinsdagochtend in november. Dat is een ander vak.

Op zoek naar een trainster?

Alle drie de aanbieders hierboven werken met een vrijblijvende kennismaking. Daarin bepaal jij of het klikt, niet andersom.